Sociale Zaken en Welzijn
Inleiding
Vaste banen voor het leven bestaan niet meer. In een loopbaan moet iedereen met "overstappen" rekening houden. Soms word je door omstandigheden gedwongen. Maar werkloos? Nee, je zit "tussen twee banen".
Gesubsidieerde arbeid
Niemand in onze samenleving hoeft in armoede te leven. Dat is een kwestie van beschaving. Daarom hebben wij in Nederland een prima vangnet voor mensen die echt niet (meer) kunnen werken. Veel mensen die jarenlang als 'onbemiddelbaar' in de kaartenbakken van de sociale diensten te boek stonden zijn daar uitgekomen. Sociaal beleid moet daarom altijd gericht zijn op het vinden van werk, stage of opleiding: weg van de uitkering. Als mensen zich daarvoor onvoldoende inzetten, de taal niet leren of frauderen, passen sancties.
Er blijft altijd een groep voor wie betaald werk een stap te ver is. Deze mensen krijgen bijstand, maar in ruil vragen we diegenen, die dat kunnen, iets terug te doen voor de samenleving. Denk aan vrijwilligerswerk of mantelzorg. Zo voorkom je bovendien sociaal isolement.
De gemeente heeft een specifieke taak om mensen met een handicap in de sociale werkvoorziening een plaats te bieden. Door de nieuw Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) zijn de criteria, waaraan iemand moet voldoen om in de sociale werkvoorziening geplaatst te kunnen worden, verscherpt. De gemeente dient haar invloed aan te wenden om de rijksvergoeding op dit beleidsterrein op deze omstandigheid af te stemmen. De gemeente ziet erop toe dat op de sociale werkplaats de economische beleidsvoering wordt geoptimaliseerd. Bovendien wordt erop toegezien dat de sociale werkvoorziening kan meedingen bij de door de gemeente te verstrekken opdrachten.
De sociale dienst
Inkomensbeleid is rijksbeleid. Op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het verstrekken van een bijstandsuitkering aan die inwoners, die om uiteenlopende redenen niet in staat zijn een eigen inkomen te verwerven. Aanvullend hierop kan in bepaalde gevallen bijzondere bijstand worden verleend. Met het instrument van de bijzondere bijstand kan maatwerk worden geleverd, dat aansluit bij de individuele omstandigheden van de rechthebbende, bijvoorbeeld door kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Cliënten hebben recht op heldere informatie over wettelijke en gemeentelijke regels met betrekking tot het bijstandsbeleid. Kwijtschelding van schulden en schuld-saneringtrajecten kunnen in individuele gevallen deel uitmaken van het aanvullende gemeentelijke minimabeleid.
De gemeente voert een actief voorlichtingsbeleid op dit terrein. Fraude en misbruik van de sociale voorzieningen moeten volgens de VVD krachtig worden bestreden onder meer door verificatie van gegevens, door de koppeling van databestanden en het eventueel toepassen van sancties. De gemeenteraad beoordeelt op basis van rapportages de doelmatigheid van fraudebestrijding en ziet toe op de privacybescherming van rechthebbenden.
Door de cumulatie van allerlei financiële regelingen en subsidies voor burgers met weinig draagkracht is het verschijnsel van de armoedeval ontstaan. Het krijgen van een baan en het daarmee verbonden verlies van aanspraak op allerlei inkomensondersteunende maatregelen leidt in sommige gevallen niet tot een verbetering van de inkomenssituatie, maar juist tot een verslechtering. De VVD vindt dit een ongewenste situatie, waaraan door passend beleid een eind aan gemaakt dient te worden. Waar mogelijk moet iedereen immers zélf verantwoor-delijkheid voor zijn levensonderhoud te dragen. De gemeenteraad bepaalt op welke wijze in individuele gevallen vorm wordt gegeven aan eventuele kwijtschelding van schulden en schuldsaneringtrajecten. De gemeente heeft een verwijsfunctie naar particuliere, gecertifi-ceerde, schuldsanering. De VVD is van mening dat prestatieafspraken over de uitstroom uit de bijstandssituatie in een tijd van een krappe arbeidsmarkt onderdeel van het beleid moeten zijn.
Maatschappelijke opvang
Met maatschappelijke opvang worden voorzieningen bedoeld die bedoeld zijn om burgers, die zonder onderdak zijn geraakt, hulp te bieden. Deze hulp kan bestaan uit een bed-, bad- en broodvoorziening, maar in noodzakelijke gevallen ook uit een 24-uursbegeleiding. Door rijksbeleid vallen deze voorzieningen onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. Het beleid op dit gebied moet uit preventie, opvang en integratie bestaan. De VVD is van oordeel dat de rijksbijdragen op dit terrein kostendekkend zouden moeten zijn. De VVD is tegen voorzieningen voor uitgeprocedeerde asielzoekers, voor zover dit in strijd is met het door de rijksoverheid gevoerde beleid.
Welzijn
Volgens de VVD zijn burgers op de eerste plaats zélf verantwoordelijk voor hun eigen welzijn. Daar waar dit niet mogelijk is, heeft de overheid een taak, met inachtneming van strikte handhaving van de bestaande regelgeving. Het welzijnsbeleid dient erop gericht te zijn burgers te activeren tot het deelnemen aan het maatschappelijk leven en draagt daardoor bij aan de sociale stabiliteit. Het is de taak van de gemeente erop toe te zien, dat de betrokken instellingen aan de randvoorwaarden voldoen, die het goed functioneren van vrijwilligers, mogelijk maken. Vrijwilligers spelen een wezenlijke rol in de samenleving, maar zijn steeds moeilijker te vinden. Voor activiteiten op dit terrein kan een reële onkosten-vergoeding worden toegekend. We moeten investeren in de kwaliteit van de vrijwilligers, er dient bijvoorbeeld scholing van vrijwilligers te worden aangeboden. Daarnaast is de 'dag van de vrijwilliger' een goed instrument, evenals het verstrekken van middelen. Vrijwilligerswerk is niet alleen een bron van plezier, maar heeft ook een vormende werking. Daarnaast wordt hierdoor de sociale cohesie bevorderd.
Welzijnsaccommodaties
De VVD ondersteunt een beleid dat gericht is op verzelfstandiging van welzijnsaccom-modaties. Evenals bij sportvoorzieningen geldt ook hier dat bij onvoldoende draagvlak en initiatief de mogelijkheid tot sluiting onder ogen moet worden gezien. Er dient te worden onderzocht wat een gemeentelijke taak is en wat niet. Het accommodatiebeleid dient op voortvarende wijze te worden aangepakt.
Kinderopvang / peuterspeelzalen
In een samenleving waarin arbeidsplaatsen steeds evenwichtiger verdeeld worden tussen mannen en vrouwen, vormt kinderopvang een belangrijke voorziening. Volgens de VVD moet de gemeente een rol spelen bij het oplossen van knelpunten die het moeilijk maken arbeid en zorgtaken te combineren.
Kinderopvang omvat een breed scala aan voorzieningen: peuterspeelzalen, kinderdag-verblijven, gastouderopvang, buitenschoolse opvang en 24-uurs opvang. Het gemeentelijk aanbod dient in overeenstemming te zijn met de vraag. Hierbij zal de vraag om 24-uurs opvang gedurende 52 weken per jaar steeds actueler worden.
De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht en kwaliteit. Van de gemeente wordt een actieve rol in het ondernemersklimaat gevraagd door in het bestemmingsplan ruimte te reserveren voor de kinderopvang. De kinderopvang maakt onderdeel uit van het integraal jeugdbeleid.
Jongerenbeleid
Ouders en verzorgers zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor opvoeding en gedrag van hun kinderen. Scholen en verenigingen spelen daarbij een aanvullende rol. Initiatieven om ouders te helpen bij hun opvoedingstaak worden gestimuleerd.
Met verreweg de meeste jongeren in Nederland gaat het goed. Jongeren met wie het goed gaat verdienen ook onze aandacht Zij vormen een belangrijke groep en kunnen via voorwaardenscheppend beleid extra gestimuleerd worden in hun verdere ontwikkeling en ontplooiing. Voor sommige jongeren is extra aandacht en begeleiding noodzakelijk en gewenst.
Jongerenbeleid is zo veel mogelijk gebaseerd op keuzevrijheid, zelfstandigheid, medezeggenschap en participatie zoals dat in de Nederlandse samenleving is ontwikkeld in de afgelopen decennia. Jongeren dienen vanzelfsprekend bij de ontwikkeling van op hen gericht beleid betrokken te worden. Het inwinnen van advies via interactieve contacten met de betrokken jongeren biedt steeds meer perspectieven. De gemeente moet actief werken aan voortduring van de communicatie met de jeugd. Jongerenbeleid kan er ook toe bijdragen dat jeugdigen, die buiten de boot dreigen te vallen, tijdig de nodige aandacht krijgen. Deze aandacht kan ook preventief werken en zo onaangepast gedrag, vandalisme en andere vormen van kleine criminaliteit helpen voorkomen. Hier liggen ook dwarsverbanden met het sportbeleid. Jeugdhulpverlening is een wezenlijk onderdeel van jeugdbeleid. Er moet gestreefd worden naar een samenhangend beleid waarbij de diverse instanties zoals Bureau Jeugdzorg, justitie, GGD, maatschappelijk werk, welzijnsinstellingen en onderwijs ieder vanuit hun specifieke kennis en verantwoordelijkheden nauw met elkaar samenwerken.
De leerplichtwet moet strikt worden nagekomen; de gemeente speelt een duidelijke rol bij het bestrijden van schooluitval, schoolverzuim en vroegtijdig schoolverlaten.
Jeugdhulpverlening is een essentieel onderdeel van jeugdbeleid. Nadruk dient hierbij te liggen op preventie en het vroegtijdig onderkennen van problemen. Afstemming met de politie en Bureau Jeugdzorg is hierbij van belang.
De gemeente maakt actief gebruik van HALT-projecten om jongeren te confronteren met de gevolgen van de gepleegde strafbare feiten. Met politie en justitie worden meerjaren-afspraken gemaakt over de toepassing van HALT-projecten.
Creëer ruimte voor jongeren in de infrastructuur. Het horeca aanbod moet voldoende en divers zijn. Voor het jongerencentrum Blanco zal een nieuwe locatie moeten worden gevonden.
Ouderenbeleid
De senior van nu is niet de bejaarde van 20 jaar geleden. De senior wil zolang mogelijk zelfstandig in de eigen omgeving blijven wonen. Het beleid, ook van de gemeente, moet er op gericht zijn om de vitaliteit te stimuleren. Mensen komen vanuit andere delen van het land om in Emmen veilig te wonen. Emmen dient zich dan ook bewust te richten op mensen die willen 'Drenthenieren'. Deze kapitaalskrachtige en actieve senioren zijn niet op zoek naar een rustoord maar willen een levendige, culturele, groene en veilige woonomgeving.
De VVD stelt de verantwoordelijkheid van ouderen voor zichzelf voorop. De overheid dient er zorg voor te dragen dat ouderen die eigen verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Dit betekent een regionaal adequaat woningaanbod, een veilige woonomgeving met voor ouderen bereikbare voorzieningen met voldoende zorgplaatsen.
Het ouderenbeleid dient gebaseerd te zijn op keuzevrijheid, zelfstandigheid, zelfred-zaamheid, medezeggenschap en participatie in het maatschappelijk leven. Het feit dat ouderen inmiddels massaal gebruik maken van de vele ICT-mogelijkheden speelt hierbij een belangrijke rol.
De toegang tot zorg is een taak van de gemeente, de zorgverlening een taak van de instellingen. Tussen gemeenten en zorgverlenende instellingen dient structureel overleg te worden gevoerd over ouderenbeleid. Het lokale bestuur vervult hierbij een stimulerende en coördinerende rol, zodat alle zorgverlening inzichtelijk is georganiseerd en is afgestemd op de bestaande vraag. De inbreng van de lokale WMO- raad vindt de VVD belangrijk. De VVD benadrukt bovendien de noodzaak van het aanbieden van zorg op maat, dat wil zeggen zorg naar noodzaak.
Door de instelling van het persoonsgebonden budget (PGB) kunnen ouderen zelf beslissen waar zij de zorg inkopen, waarvoor zij geïndiceerd zijn. Dit biedt hen in veel gevallen de mogelijkheid langer in hun eigen woonomgeving te blijven. Nieuwe woonvormen in woon-zorgzones moet de ruimte geboden worden.
Afstemming met het ruimtelijkeordeningsbeleid is hierbij van belang. In het woningaanbod moet ook nadrukkelijk rekening worden gehouden met de wensen van ouderen. Gemeenten moeten zich, volgens de VVD, richten op aanpasbaar bouwen ofwel levensloopbestendig bouwen.
Mobiliteit is een belangrijke voorwaarde voor maatschappelijke en sociale participatie. Naast het eigen vervoer en de voorzieningen via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) biedt ook het collectief vraagafhankelijk vervoer mogelijkheden voor ouderen.
De seniorenraad speelt bij de communicatie tussen de gemeente en de senioren structureel een belangrijke rol. De gemeente vervult hierbij een stimulerende en coördinerende functie. Openbare gebouwen, recreatie-, sport- en groenvoorzieningen dienen toegankelijk en bruikbaar te zijn voor ouderen. Het aanbrengen liften, ringleidingen en andere noodzakelijke voorzieningen wordt gestimuleerd. Subsidiëring via de WMO-middelen behoort hierbij tot de mogelijkheden.
Integratie
Wie zich in Nederland wil vestigen moet kunnen meedoen in onze samenleving. Daarom zijn de eisen de afgelopen jaren strenger geworden. Zonder inburgering grijpen mensen naast alle kansen die hier zijn. Dat kan leiden tot armoede, achterstand en isolement. Daarom vraagt het nieuwe inburgeringstelsel aan nieuwkomers en om Nederlands te leren en zich onze samenlevingsregels eigen te maken. Gelijkwaardigheid van alle mensen is daarbij de belangrijkste norm. Ouders moeten de verantwoordelijkheid nemen voor hun kinderen, betrokken zijn bij de school en zich liefst ook inzetten op de (sport)vereniging. Integratie via werk en buurt blijft cruciaal.
Gehandicaptenbeleid
Ook mensen met een lichamelijke of geestelijke handicap moeten zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren en actief kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Het spreekt voor de VVD vanzelf dat gehandicapten(-organisaties) vertegenwoordigd zijn in de besturen van instellingen en in de WMO-raad.
Openbare gebouwen, recreatie-, sport- en groenvoorzieningen en openbaar vervoer dienen toegankelijk en bruikbaar te zijn voor gehandicapten. Het aanbrengen van liften en andere voor gehandicapten noodzakelijke voorzieningen wordt gestimuleerd. Gezorgd wordt voor veilige doorgangsroutes voor lichamelijk gehandicapten in de gemeente.
De gemeente zorgt voor aangepast vervoer, in combinatie met het openbaar vervoer en waar nodig in samenwerking met de regiogemeenten.
Bij nieuwbouwwoningen en renovaties van bestaande woningen dient standaard aanpasbaar te worden gebouwd. De gemeente voert hierover structureel overleg met de woningbouw-corporaties.
Het persoonsgebonden budget biedt gehandicapten en ouders van gehandicapte kinderen de mogelijkheid zelf bij zorgaanbieders de noodzakelijke zorg in te kopen. De gemeente is ervoor verantwoordelijk dat die keuzemogelijkheden er ook zijn, waar nodig in samenwerking met regiogemeenten.
De gemeente moet goede en goedkope oplossingen stimuleren, zoals bijvoorbeeld het hergebruiken van scootmobielen.